27 december 2018

Ontwerp KlimaatAkkoord vraagt om slimme digitale oplossingen

GREENING BY ICT, GREENING OF ICT, MJA-NETWERK, ICT MILIEU, DUURZAAMHEID
Ontwerp Klimaatakkoord

Vrijdag 21 december heeft Ed Nijpels, als voorzitter van het KlimaatBeraad, het ontwerp van het KlimaatAkkoord aangeboden aan minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. In dit ontwerp hebben de vijf onderhandelingstafels en werkgroepen de eerdere voorstellen voor 49% CO2-reductie in 2030 nader uitgewerkt. Deze plannen worden nu opnieuw doorgerekend door de planbureaus op haalbaarheid en betaalbaarheid voordat het KlimaatAkkoord begin volgend jaar definitief wordt.

Digitale technologie zal een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van al deze maatregelen om de energietransitie te versnellen op weg naar het in Parijs afgesproken einddoel van 95% CO2-reductie in 2050 om de temperatuurstijging tot maximaal 2℃ – en liefst 1,5℃ – te beperken. Zowel aan de verschillende tafels voor de industrie, elektriciteit, gebouwde omgeving, mobiliteit en landbouw als zeker ook in de Integrale Kennis en Innovatie Agenda (IKIA) worden de kansen van digitalisering gezien om tot kosteneffectieve CO2-reductie en een slim energiesysteem te komen.

Een energie-efficiënte industrie met behulp van digitalisering

Aan de industrietafel heeft de ICT-sector een bijzondere positie: de sector zelf heeft bijna geen directe CO2-emissies, omdat het energieverbruik al voor 98% uit elektriciteit bestaat. Bij industriële bedrijven kan door zuinige motoren in combinatie met geavanceerde monitoring en slimme aansturing door ICT meer energie worden bespaard dan in de ICT-sector wordt verbruikt. Het ingebrachte rapport hierover was input voor het thema nieuwe groeimarkten voor de industrie. Medio 2019 worden de groeimarkten waarvoor versnellingsmaatregelen worden uitgewerkt definitief en wordt hiervoor een centraal kenniscentrum opgezet. In de IKIA wordt voor de industrie ingezet op maximale elektrificatie en radicaal vernieuwde processen, waar digitalisering een belangrijke rol bij speelt. Ook wordt in de onderzoeksagenda ruimte gemaakt voor digitale accounting van CO2-footprints van producten en diensten in de keten. Daarnaast wordt het overheidsbeleid van circulair en klimaatneutraal inkopen door het Rijk van diverse productcategorieën, waaronder ICT zelf, voorgezet en geïntensiveerd in samenspraak met marktpartijen.

Veel meer opwekking van duurzame stroom

Het streven van de tafel elektriciteit om tot 2030 de opgewekte elektriciteit uit duurzame bronnen te vervijfvoudigen tot minimaal 84 TWh per jaar is hard nodig voor groei en verduurzaming van het stroomverbruik in alle sectoren, zoals elektrisch vervoer, elektrisch koken en verwarmen en elektrificatie van industriële processen. Deze duurzame stroom moet grotendeels komen van windparken op zee. Het doel is minimaal 49 TWh op basis van 11,5 GW vermogen, wat richting 2050 kan worden uitgebreid tot maximaal 60 GW capaciteit wind op zee. De SDE subsidie wordt afgebouwd en de windsector streeft naar een kostprijsdaling tot 3-4 cent/KWh in 2030. Voor hernieuwbaar op land wordt voorlopig gerekend met een elektriciteitsproductie van 35 TWh, vanuit verschillende duurzame bronnen zoals wind en grootschalige zonneparken. Wanneer de overall CO2-ambitie voor 2030 wordt aangescherpt tot -55%, wat de inzet is van Nederland in Europa, zal de totale productie van duurzame stroom verder kunnen oplopen tot 120 TWh.

Meer aandacht voor flexibiliteit in energiesysteem

De sterke toename van deze weersafhankelijke elektriciteitsproductie maakt dat er meer flexibiliteit nodig is in het energiesysteem, bijvoorbeeld door slimme vraagsturing, tijdelijke opslag en systeemintegratie met andere energievormen en met omringende landen. In dit slimme energiesysteem van de toekomst speelt digitalisering een belangrijke rol om aanbod en verbruik beter te voorspellen en te sturen om de pieken en dalen op te vangen. Het is daarom goed dat er in de kennis- en innovatieagenda apart aandacht is voor flexibiliteit, marktmechanismen en digitalisering van het energiesysteem.

Ruim aandacht voor infrastructuur van elektriciteit en warmte

Daarnaast zal het elektriciteitsnet, gezien de groei en elektrificatie in alle sectoren, ook verzwaard moeten worden om de nieuwe duurzame productie en toegenomen vraag naar elektriciteit tijdig in te passen. In het ontwerp akkoord zijn goede afspraken opgenomen om deze ontwikkelingen periodiek regionaal en landelijk te volgen en de plannen voor de infrastructuur en systeemintegratie daar tijdig op af te stemmen. Dit geldt ook voor de benodigde infrastructuur op het gebied van warmte. Daarom is aan de tafel gebouwde omgeving afgesproken dat door dertig regio’s een Regionale Energie Strategie (RES) en een Regionale Structuurvisie Warmte wordt opgesteld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een nationaal programma RES met een gemeenschappelijke kennis- en data infrastructuur. Parallel wordt aan de wetgeving (warmtewet 2.0) en het instrumentarium (gasprijs, mogelijk SDE++ subsidie) gewerkt om de investeringen in warmte aantrekkelijker te maken. Ook aan de landbouwtafel zijn voor glastuinbouw nadere afspraken gemaakt voor het realiseren van warmtenetten voor de kassen. De restwarmte van datacenters is hiervoor al letterlijk op de kaart gezet door een onderzoek van Berenschot in opdracht van RVO in samenwerking met Nederland ICT en de DDA naar het potentieel hiervan voor bestaande en nieuwe gebouwen, zwembaden en kassen.

Mobiliteitssysteem slimmer inrichten met behulp van ICT

Ook aan de mobiliteitstafel en in de kennis- en innovatieagenda is ruim aandacht voor de kansen van digitalisering voor het slimmer inrichten van het mobiliteitssysteem. Voor personenvervoer wordt bijvoorbeeld ingezet op Mobility as a Service en nieuwe concepten die flexibel switchen tussen verschillende vervoersmiddelen met behulp van ICT en big data. De realisatie van de ambities voor elektrisch vervoer (2 miljoen emissieloze auto’s in 2030), bijbehorende laad infrastructuur (smart charging) en in de toekomst zelfrijdende auto’s zijn in belangrijke mate afhankelijk van ICT-systemen. Dat geldt ook voor de verdere optimalisatie van het goederen vervoer, waar wordt ingezet op de uitrol van succesvolle platforms voor het uitwisselen/bundelen van lading en het ontwikkelen van een physical internet voor vracht, om beladingsgraden te optimaliseren en de modal shift naar spoor of water te faciliteren.

ICT-sector op weg naar klimaatneutraal in 2030

De ICT-sector kan dus veel slimme oplossingen bieden aan andere sectoren en gaat ondertussen stevig door met het ontkoppelen van het eigen energieverbruik van de sterke datagroei en het vergroenen van de ingekochte energie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Tot en met 2020 blijft het MJA3 energieconvenant hiervoor de basis en ook daarna zullen ICT-bedrijven continu blijven innoveren en onder de Energie Efficiency Directive (EED) en Wet milieubeheer verder werken aan energiebesparing. In het eerste jaar werden de doelen uit het ambitieuze MJA3-ICT sectorplan 2017-2020 weer overtroffen, met een hogere proces efficiency verbetering en een verdere toename van ingekochte duurzame elektriciteit tot 89% van het totale verbruik in de MJA3-ICT (2 TWh). Wind is de belangrijkste bron van duurzame energie voor de ICT-sector en deze komt nu al grotendeels uit Nederland.

Plannen worden doorgerekend en uitgewerkt

Begin 2019 zullen de plannen uit het ontwerp klimaatakkoord worden doorgerekend en met partijen verder worden uitgewerkt. Met de koers die is ingezet voor de versnelling van de CO2-reductie en energietransitie ligt er een geweldige uitdaging en kans voor de ICT-sector om met innovatieve slimme oplossingen in alle sectoren bij te dragen aan kosteneffectieve CO2-reductie en een slim duurzaam energiesysteem, waardoor de klimaat uitdaging haalbaar en betaalbaar blijft.