26 september 2016

Europese Commissie zet positie online tussenpersonen onder druk

INFRASTRUCTUUR

Deze blogpost is een aangepaste versie van een presentatie die Alex de Joode onlangs gaf tijdens de Neutral Peering Days van NLix in Den Haag.

In 1984 won Sony de geruchtmakende Betamax Case van Universal City Studio’s. De rechter oordeelde dat producenten van videobanden niet aansprakelijk kunnen worden gemaakt voor auteursrechtinbreuken door gebruikers. Het hof creëerde daarmee in feite een juridische ‘veilige haven’ voor technologie.

Met de opkomst van het internet werden de Betamax-banden vervangen door datacenters, maar het principe bleef overeind. In het E-Commerce Directive van 2000 verzekerde de Europese Commissie dat de online infrastructuur niet onnodig aansprakelijk gehouden mag worden voor de nieuwe, innovatieve concepten die ze mogelijk maakt.

Zo lang bedrijven slechts het doorgeefluik of de opslagplaats zijn voor data, zijn ze niet verantwoordelijk voor eventuele strafbare inhoud. Ze kunnen bovendien niet gedwongen worden om dataverkeer en hun klanten te monitoren op illegale inhoud. Mocht er illegale inhoud aangetroffen worden, dan zijn bedrijven onder bepaalde voorwaarden verplicht om data te verwijderen of ontoegankelijk te maken.

Van auteursrecht naar terrorisme

De grootste aansprakelijkheidsfactor voor tussenpersonen was altijd auteursrechtelijk beschermd materiaal. De afgelopen jaren is daar terroristische inhoud bijgekomen, zeker na de aanslagen in Parijs en Brussel. De beleidsmakers in Brussel zouden graag terreurpropaganda en ‘hate speech’ aan banden willen leggen.

Daarbij kijken ze steeds vaker naar online tussenpersonen. In het EU Terrorism Directive wordt gevraagd om ‘onmiddellijke verwijdering van inhoud’. In het voorstel voor het Audio Visual Media Services Directive worden video-platforms als YouTube gevraagd om alle burgers te beschermen tegen inhoud die aanzet tot geweld of haat. Onder invloed van de EU Security Agenda hebben Google, Facebook, Twitter en Microsoft een Code of Conduct on Illegal Hate Speech opgesteld. Ze gaan voortaan vrijwillig illegale opruiende inhoud aanpakken.

Op het vlak van auteursrecht worden de grenzen overigens ook verlegd. In de zaak van Playboy tegen GeenStijl oordeelde het Europees Hof dat onder bepaalde omstandigheden puur het linken naar inhoud al een auteursrechtinbreuk kan zijn.

Van tussenpersoon naar politieagent

Het probleem met deze ontwikkeling is de onzekerheid die het creëert. Niet iedereen is het eens over wat precies ‘hate speech’ of opruiende inhoud is. De interpretaties van verschillende definities zijn, ook in de rechtszaal, niet onomstreden.

Alles bij elkaar genomen zien we een geleidelijke erosie van de waarborgen die het E-Commerce Directive biedt. Online tussenpersonen worden steeds meer in de rol van poortwachter en content-politie gedwongen. Als dank daarvoor krijgen ze te maken met extra aansprakelijkheid en verwarde klanten, die niet snappen waarom hun data is verwijderd. En dat is een zorgwekkende ontwikkeling.