30 maart 2016

Interview Jeroen van der Tang: ‘Gemeenten leren omgaan met datacenters’

GREENING OF ICT, DUURZAAMHEID

Niemand kan nog om de opmars van datacenters heen. Dat merkt ook manager duurzaamheid en milieu Jeroen van der Tang van branchevereniging Nederland ICT. ‘Op de vraag of het aantal datacenters toeneemt zeg ik volmondig “ja”‘, aldus Van der Tang. Insiders voorzien dat de helft van de datacenters de komende vijf jaar nog eens gaat uitbreiden ook.

Datacenters leveren gemeenten werkgelegenheid op, maar slurpen tegelijk energie. Dat betekent dat de vestiging van een datacenter haaks kan komen te staan op lokale duurzaamheidsambities. Het onderwerp staat in vele bestuurlijke agenda’s, maar lange tijd werd het amper besproken. Pas sinds het Energieakkoord van september 2013 is dat veranderd en zijn regionale partijen ermee aan de slag gegaan.
Zo is in Amsterdam, dat dankzij de Amsterdam Internet Exchange AMS-IX en de aanwezigheid van tientallen internationale ondernemingen een grote concentratie van datacenters kent, het consortium Green IT actief. Ook de gemeente Amsterdam stelt additionele regels voor datacenters op en handhaaft intensiever.

Prima kader

Van der Tang vindt die gemeentelijke ambitie mooi, maar hij is geen voorstander van dergelijk aanvullend lokaal beleid. ‘Het Energieakkoord en de Wet milieubeheer bieden al een prima kader. Dat heeft mijn voorkeur boven extra lokale maatregelen die in de praktijk niet altijd mogelijk of rendabel blijken te zijn. Het wordt er voor bedrijven ook niet duidelijker op als er verschillen ontstaan in regelgeving tussen gemeenten. De discussie daarover is soms al hoog opgelopen.’

Ook Ben Timmer, manager bij datacenter services Colt, deed in een opinie in Binnenlands Bestuur eerder al een oproep aan gemeenten om lokale regelgeving over duurzaamheid en datacenters onderling beter af te stemmen. Zo heeft een aantal gemeenten volgens Timmer verplichte maatregelen voor bepaalde koelmethodes van servers vastgesteld, maar of zij daar goed aan doen is volgens hem de vraag. ‘Energie-efficiëntie is de som van een hele set aan maatregelen om het energieverbruik van een datacenter te beperken’, stelt Timmer. ‘Hieronder vallen de apparatuur, monitoring-tools, warme en koude gangen, hergebruik van warmte en gebruikte koelmethoden. Het gebruik van ‘vrije koeling’ is geen garantie voor een energie-efficiënt datacenter.’ Van der Tang ziet wel een handhavende rol voor lokale partijen weggelegd. ‘Er zijn gemeenten, maar ook provincies, die gezamenlijk hun rol als handhaver oppakken in een regionale milieudienst. Een gevolg van het Energieakkoord is dat er zo’n twintig handhavers zijn bijgekomen die controles uitvoeren op energieverbruik bij bedrijven. Dat is een forse uitbreiding die zeker merkbaar zal zijn.’

Innovatiekracht

Als het gaat om tegengaan van energieverbruik heeft Van der Tang meer vertrouwen in de innovatiekracht van de IT-sector. Dat vertrouwen is er bij het ‘grote publiek’ niet, maar dat vindt hij niet terecht. ‘Er wordt tegenwoordig meer data opgeslagen, maar tegelijkertijd neemt de efficiency al enorm toe. Die ontwikkeling is belangrijk om de groei van het energieverbruik te beperken.’
De technische ontwikkelingen van de internationale datacenterpartijen gaan volgens Van der Tang in een razend tempo. ‘Met beperkte kennis allerlei lokale maatregelen nemen is niet verstandig. Wat veel mensen vergeten is dat datacenters zelf ook gebaat zijn bij minder energieverbruik. Ze werken er dan ook hard aan. Gemiddeld vormt energieverbruik al snel een kwart van hun operationele kosten. Er is vanuit de industrie dus een grote drive om energieverbruik te minderen om concurrerend te blijven. Die ruimte moeten zij ook van gemeenten krijgen. Bovendien is het voor gemeenten vrijwel onmogelijk om de ontwikkelingen op de voet te volgen. Daarom pleiten wij er ook voor dat het landelijk kader voor energiebesparing lokaal wordt erkend en toegepast.’ Volgens Van der Tang heeft Amsterdam voor energiebesparing bij bedrijven inmiddels het SER Energie akkoord als basis in de nieuwe Agenda Duurzaamheid 2015 genomen. ‘Hiermee behoren de lokale extra eisen voor datacenters in Amsterdam hopelijk tot het verleden.’

Grote hallen

Tegelijk ziet Van der Tang gemeenten steeds beter nadenken over de locatie van datacenters. ‘Voorheen werden ze vaak weggezet op een industrieterrein. Het blijven natuurlijk gewoon grote hallen vol installaties, dus die gedachtegang is niet heel opmerkelijk. De restwarmte van al die draaiende servers kun je echter gebruiken om andere bestemmingen te verwarmen.’ Restwarmtetechniek is ontstaan in Scandinavië, waar dit al op grotere schaal wordt toegepast. Van der Tang ziet dat gemeenten hun bestemmingsplannen soms al aanpassen, om datacenters met plannen voor deze techniek ruimte te bieden. Zo wordt de restwarmte van het Eindhovense KPN datacenter gebruikt door de warmte/ koude-ring van de High Tech Campus. ‘In Nederland neemt de belangstelling voor regionale warmtenetten toe. Datacenters kunnen daar een belangrijke rol bij spelen. De binnenstad lijkt bijvoorbeeld een vreemde plek, maar je kunt er misschien wel de voeten van de bewoners in een bejaardencentrum mee warmhouden.’

Dit interview is in maart 2016 verschenen in BB Binnenlands Bestuur.