19 februari 2019

Column Lotte de Bruijn: ‘Brexit-spanning’

EUROPA, DIGITALE OVERHEID

Ik spreek vaak met ondernemers over wat wij als branchevereniging voor ze kunnen betekenen. Een belangrijk onderdeel daarvan is belangenbehartiging. Als ik dan vertel over onze activiteiten in Den Haag en Brussel word ik vaak getrakteerd op glazige blikken en opgehaalde schouders. Want voor ondernemers staat wet- en regelgeving standaard ergens onderaan het lijstje met spannende gespreksonderwerpen.

Toch kun je als ICT-ondernemer niet meer om de politiek heen. Grenzen vervagen, digitaal smelt samen met de fysieke wereld en zo ongeveer alle sectoren worden digitaal gedreven. Het belang van digitale technologie wordt steeds groter en daarmee groeit de behoefte van overheden om de digitale wereld te vangen in wetten en regels. Helaas heeft die behoefte om te reguleren vaak onbedoelde gevolgen.

Maar politici hoeven niet eens bezig te zijn met digitalisering om toch een impact op onze sector te hebben. Neem de Brexit. Ik vraag me af of de conservatieve Brexiteers ooit van een datacenter hebben gehoord. Laat staan dat ze hebben nagedacht over de gevolgen van een Brexit voor internationale datastromen. Want als het Verenigd Koninkrijk uit de EU stapt, vervalt de bestaande juridische basis voor het uitwisselen van data.

Wat de gevolgen zijn, is op het moment dat ik dit schrijf nog compleet onzeker. De kans is groot dat de situatie op het moment dat je dit leest niet veel is veranderd. Juist die onzekerheid maakt de Brexit voor het digitale bedrijfsleven zo ingewikkeld. In het meest negatieve scenario moet er voor elke uitwisseling van persoonsgegevens met het Verenigd Koninkrijk een nieuw contract worden afgesloten. In het meest positieve scenario verandert er helemaal niets.

Je kunt als bedrijf preventieve maatregelen nemen: nieuwe contracten afsluiten, van leverancier veranderen of je data verhuizen naar een ander datacenter. Maar dat kost maanden tijd en bakken met geld. Terwijl het heel goed zou kunnen dat je het allemaal voor niets doet. Ik vind dat je ondernemers niet met zo’n dilemma op mag zadelen. Daarom hebben we de Autoriteit Persoonsgegevens gevraagd om een overgangsperiode in te stellen, waarbij de ‘oude’ regels nog 15 maanden blijven gelden, zodat iedereen tijd heeft om de juiste maatregelen te bepalen en uit te voeren.

Hopelijk kijken we over een jaar terug en kunnen we concluderen dat het wel meeviel met de impact van de Brexit op ICT-ondernemers. Zo loopt het wel vaker af met nieuwe wetgeving. Er wordt maanden, misschien wel jaren over gesproken. Proefballonnetjes worden doorgeprikt. De scherpe kantjes worden uit teksten gehaald. En uiteindelijk vertalen we onze kennis over nieuwe wetten door naar producten, workshops en concrete adviezen aan leden. Als ondernemer zie je vaak alleen het eindresultaat van zo’n traject.

Je kunt dus denken dat het allemaal niet zo spannend is wat we doen in Den Haag en Brussel. Ik draai het liever om: wij werken keihard om ervoor te zorgen dat politiek voor jou nooit spannend hoeft te worden.

Deze column verscheen in ChannelConnect van februari 2019