12 januari 2017

Column Lotte de Bruijn: ‘Boekenwijsheid’

ICT VOOR DE VOLGENDE GENERATIE, ONDERWIJS & ARBEIDSMARKT

Onlangs verscheen het boek NL Digitaal, met daarin een uitleg over vijftig essentiële zaken uit de digitale wereld. Herbert Blankesteijn, auteur van het boek, zei bij de presentatie dat hij hoopt dat het niet alleen door jongeren wordt gelezen, maar ook door hun ouders en docenten. I couldn’t agree more! Op het moment dat NL Digitaal werd gepresenteerd, liet de Onderwijscoöperatie namens de leraren aan staatssecretaris Dekker weten dat hun achterban meer tijd en ruimte nodig heeft om vernieuwingen in het onderwijs door te voeren. Ik vind dat op zijn zachtst gezegd een zorgwekkend bericht.

We hebben het hier over een reactie op het plan ‘Onderwijs 2032′. Hierin staan voorstellen om leerlingen voor te bereiden op de digitale wereld van morgen. Wat mij betreft wordt computational thinking met inbegrip van programmeren vandaag nog onderdeel van het curriculum op basis- en middelbare scholen. Maar nu lijkt het erop dat de docenten op de rem trappen.

Aan de andere kant ligt er, zo lang de overheid digitale vaardigheden nog niet formeel heeft vastgesteld als leerdoel, voor scholen en docenten een enorme kans om zich te onderscheiden met hun lesaanbod. Er zijn nu al tal van scholen die zich profileren met extra aandacht voor sport, toneel of vreemde talen. En gelukkig zijn er steeds meer scholen die programmeren of andere digitale vaardigheden aanbieden.

De Onderwijscoöperatie zegt dat docenten wel enthousiast zijn over meer aandacht voor technologische ontwikkelingen en digitale vaardigheden, maar vrezen dat dit ten koste gaat van bestaande vakken als aardrijkskunde en geschiedenis. Het is niet of/of, maar en/en. Zo hoorde ik van een school waar ze voor het vak geschiedenis alternatieve scenario’s voor historische gebeurtenissen maken. Met de 3d-printer maken ze maquettes waarop scènes uit hun scenario’s worden uitgebeeld. En met videosoftware maken ze filmpjes over hun zelfverzonnen scenario’s. Andere klassen moeten dan uitzoeken welke feiten kloppen en welke niet. Hoe geïntegreerd wil je het hebben.

Ik kan het niet genoeg herhalen: ICT in het curriculum draait niet om het opleiden van leerlingen tot programmeur. Net zo min als het vak wiskunde iedere leerling op moet leiden tot wiskundige. Ik vrees dat er nog veel docenten zijn bij wie dat misverstand bestaat. Of leerlingen nu muzikant, arts, monteur of politieagent willen worden, basiskennis en begrip van ICT zijn onmisbaar. Dat geldt ook voor burgerschap in het algemeen. Mediawijsheid en kennis van ICT gaan hand in hand. Als je snapt hoe algoritmes werken, kijk je anders naar het nieuws in je Facebook-feed. Als je weet hoe Wifi werkt, kun je inschatten met welk netwerk je veilig verbinding kunt maken.

Kennis van ICT helpt leerlingen bovendien om de kansen van de digitale economie te herkennen. Op de achterkant van NL Digitaal schrijft Alexander Klöpping: “Toen ik zelf scholier was, zag ik een serie tv-programma’s waarin Herbert Blankesteijn vertelde over internet. Mede daardoor ben ik gaan bloggen en ben ik nu internetondernemer.” Gelukkig is Herbert Blankesteijn er nog altijd
om ons te vertellen over de digitale wereld. Maar een persoon en een boek zijn niet genoeg. Op elke school zouden Herberts moeten rondlopen die kinderen enthousiast maken over de mogelijkheden van ICT.

Een conclusie van het rapport van de Onderwijscoöperatie is dat veranderingen in het onderwijs van onderop moeten komen. Dat geloof ik ook. Leerkrachten moeten zelf het belang van digitale vaardigheden inzien. Op dat gebied is er misschien nog het meeste werk aan de winkel. Maar dat is juist een reden om gas te geven en niet op de rem te gaan staan. Als om te beginnen alle docenten NL Digitaal lezen, is dat al een reuzensprong vooruit. Dat helpt ze ook om hun leerlingen beter te begrijpen.

Deze column verscheen in december 2016 in ChannelConnect.