18 oktober 2016

Analyse: hoe digitaal is het programma van de VVD?

VERKIEZINGEN

Meer digitale veiligheid, meer bevoegdheden voor diensten

Veiligheid blijft een belangrijk thema voor de VVD. In het nieuwe programma is er ook aandacht voor digitale veiligheid. De partij wil meer voorlichting over veilig internetgebruik. Ook moet de cybersecurity-capaciteit van defensie worden uitgebreid, door functies aantrekkelijker te maken voor talentvolle professionals en meer samen te werken met bedrijven.

Het programma staat ook stil bij de bescherming van privacy, maar het recht op privacy is in de ogen van de VVD niet absoluut. De partij zet de lijn door die het deze kabinetsperiode heeft ingezet: de politie en geheime diensten moeten meer bevoegdheden krijgen om bij gegevens van verdachten van terrorisme of ernstige misdrijven te komen. In de huidige voorstellen die de extra bevoegdheden moeten regelen is de proportionaliteit zoek. Het wordt in het programma niet duidelijk hoe de VVD haar plannen door wil zetten zonder de algemene cybersecurity, het vertrouwen in ICT en het ondernemingsklimaat in Nederland te verzwakken.

Tot slot ziet het VVD-programma veiligheid en privacy vooral als individuele kwestie. Een visie op Nederland als ‘safe place to do business’ ontbreekt. Ook bijbehorende maatregelen, zoals een Digital Trust Center voor het MKB vinden we niet terug.

Meer welvaart door innovatie

De VVD erkent het belang van digitalisering voor de toekomst van de Nederlandse economie. In het programma staat een aantal maatregelen om digitaal ondernemerschap te stimuleren en de zekerheid van werknemers te vergroten.

Zo wil de VVD het huidige innovatiebeleid doorzetten. MKB-bedrijven en zzp’ers moeten betere toegang krijgen tot innovatieregelingen. Het is daarbij wel van belang dat de regelingen maximaal toegankelijk blijven voor innovatie op het gebied van software. Dat was onder het huidige kabinet niet altijd het geval. Verder heeft het programma terecht aandacht voor scale-ups. Het oprichten van een fonds voor durfkapitaal voor scale-ups moet worden gestimuleerd. Ook moet de belastingdruk voor startups omlaag en moet het aantrekkelijker worden om personeel uit te betalen in aandelen, zodat beginnende bedrijven sneller kunnen groeien.

De partij wil verder de interne, digitale Europese markt stimuleren, bijvoorbeeld door het opheffen van geo-blocking en het wederzijds erkennen van elkaars diploma’s. Tot slot wil de VVD een, deels publiek gefinancierd, investeringsfonds dat onder andere in grootschalige projecten op het gebied van infrastructuur moet investeren. Het is de vraag of hiermee ook de digitale infrastructuur bedoeld wordt. Volgens de Raad voor de Leefomgeving is dit dé infrastructuur van de toekomst. Het zou mooi zijn als de VVD dit expliciet erkent.

Toekomstbestendig onderwijs en flexibele arbeidsmarkt

De VVD ziet in dat onder invloed van digitalisering beroepen veranderen, banen verdwijnen en nieuwe banen ontstaan. De partij erkent dat kennis en vaardigheden moeten aansluiten op de veranderingen en dat we vandaag al moeten beginnen met ons aanpassen aan morgen. Om die reden wil het programma dan ook het curriculum vernieuwen en onder andere programmeren een vaste plek geven in het onderwijs. Een positieve en hoognodige ontwikkeling.

Daarnaast vindt de VVD dat wetgeving rond arbeid moderner moet: vaste contracten worden aantrekkelijker, flexibele contracten zekerder. Het programma pleit terecht voor een systeem van leerrechten of studievouchers, waarmee studenten meer regie krijgen over hun eigen studiecarrière en bijvoorbeeld ook bij private onderwijsinstellingen terecht kunnen. Tot slot moeten werkgevers en werknemers beloningsafspraken maken waarbij ook scholing en ontwikkeling relevant wordt. Een positieve ontwikkeling die bijdraagt aan een ‘leven lang leren’.

Veel aandacht voor duurzaamheid

Het VVD-programma staat uitgebreid stil bij energie en klimaat. De partij vindt het belangrijk dat er een betrouwbare en betaalbare duurzame energievoorziening komt. Daarnaast is er terecht aandacht voor kosteneffectiviteit van CO2-reductie en duurzame energie. Het Energieakkoord, dat ook door Nederland ICT is ondertekend, is daarbij leidend.

Het programma noemt technologische innovatie wel als factor waar in beleid rekening mee gehouden moet worden, maar de belangrijke rol voor slimme energienetten en bijbehorende incentives voor consumenten en bedrijven komt helaas slechts mager aan bod.

Ruim baan voor nieuwe technologie

Tot slot wil de VVD nieuwe technieken ruim baan geven, bijvoorbeeld door zorginstellingen op te roepen e-health op te nemen in hun protocollen en richtlijnen. Maar ook de zelfrijdende auto en slimme mobiliteit in het algemeen moeten gestimuleerd worden door het aanpassen van wetgeving en ondersteuning vanuit de overheid. De partij heeft daarbij terecht aandacht voor diegenen die niet mee kunnen komen in deze snelle ontwikkelingen: de blauwe envelop van de Belastingdienst moet voor deze groep burgers beschikbaar blijven.

Conclusie

Bij een optimistisch programma hoort het omarmen van nieuwe technologie. Wat dat betreft staan er een hoop positieve punten in het VVD-programma. De partij wil marktpartijen de ruimte geven om te innoveren en bij te dragen aan een beter Nederland.

Het programma heeft dus aandacht voor de kansen van digitalisering, maar een visie op die transformatie of de rol van de overheid hierin ontbreekt. Dat blijkt onder andere uit de tegenstrijdige standpunten op het gebied van digitale veiligheid en meer bevoegdheden voor diensten. Wat dat betreft zou een pleidooi voor een ministerieel topteam dat zorg draagt voor de digitale transformatie een goede toevoeging zijn aan het programma.

Op 19 november is het VVD partijcongres. Leden van de partij kunnen daar hun feedback geven op het concept-programma. Het zal interessant zijn om te zien of dit tot significante aanpassingen zal leiden.