Programmeren in het onderwijs

ICT is de drijvende kracht achter grote veranderingen in de Nederlandse economie en maatschappij. Ons vermogen om ons aan te passen aan deze digitale economie is cruciaal om structurele welvaartsgroei te realiseren. De fundering voor deze verandering ligt in het basis- en voortgezet onderwijs. Hier vindt de eerste kennismaking plaats met ICT. Leerlingen moeten een basisbegrip hebben van wat ICT is en hoe het werkt en in staat zijn om ICT op diverse gebieden toe te passen. Het principe van computational thinking moet daarbij wat Nederland ICT betreft het uitgangspunt zijn.

Het begrijpen van de mechanismen achter ICT-toepassingen is in Nederland slechts bij een beperkt aantal mensen aanwezig. De oorzaak hiervan is een hiaat in het basis- en voorgezet onderwijs. De Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) schreef hierover in 2013: “De huidige vakken Informatiekunde en Informatica op havo en vwo hebben een marginale positie, schieten kwalitatief tekort en zijn inhoudelijk uit de tijd.” Deze situatie is onhoudbaar in een economie waar (digitale) technologie van groot belang is voor de toekomst. Het op een basale manier leren programmeren is een slag die nu in de EU door twaalf landen om ons heen is gemaakt. ‘Coding’ is daar in het vaste curriculum verankerd. Nederland staat voor de uitdaging een inhaalslag te maken.

Wat vindt Nederland ICT?

Computational thinking is het kunnen doorzien van de mechanismen achter ICT-toepassingen, door zélf logisch te kunnen beredeneren hoe deze er onder de motorkap uitzien en door deze toepassingen tot op een zeker niveau ook zelf te kunnen maken. Computational thinking zorgt ervoor dat wij dieper inzicht krijgen in de manieren waarop ICT ons leven en werk in brede zin verandert. Het is daarom een onmisbare vaardigheid om kinderen voor te bereiden op hun toekomstige werkplek en om ze effectief te laten participeren in de digitale wereld.

Leren programmeren is dé manier om computational thinking te bevorderen. Niet omdat iedereen later programmeur zal worden, maar omdat iedereen in de toekomst zal werken met ICT. Leren programmeren in het funderend onderwijs heeft dan ook enerzijds de functie van het ontwikkelen van interesse en een zekere vaardigheid bij jonge leerlingen voor technische vraagstukken. Anderzijds draagt het bij aan een verdiept inzicht in de toekomstige realiteit. Nederland ICT staat daarom vierkant achter het advies van platform 2032.

Wat moet er gebeuren?

Om onze achterstand in te halen moeten we toe naar Informatica als basisvak in het funderend onderwijs. Dit wil zeggen:

  • Alle leerlingen op de basisschool moeten kennismaken met informatica en programmeren.
  • Op de middelbare school moet Informatica, naast Nederlands, Engels en wiskunde, een basisvak zijn.
  • Voor alle onderwijsniveaus in het VO moet een programma worden opgesteld dat leidt tot een centraal schriftelijk eindexamen.
  • Dit Informatica-vak moet, net als wiskunde, Engels en Nederlands, verplicht worden gesteld voor relevante vervolgstudies in het HO.
  • Binnen het curriculum moet onderscheid worden gemaakt tussen concepten (vast, bestaand) en contexten (wisselend, actueel). Dit zorgt voor een tijdloos vak op basis van concepten die niet verouderen.
mm
Ivo Poulissen Public policy manager ivo@nederlandict.nl (0348) 49 36 36

Gerelateerd

Experts maken leerlingen bewust van online veiligheid

Afgelopen dinsdag werd tijdens de Safer Internet Day het startschot gegeven voor de Cyber Estafette van Geef IT Door. Gedurende deze estafette staan cybersecurity experts voor de klas om hun vakkennis door te geven en scholieren te enthousiasmeren voor een carrière in de ICT, bijvoorbeeld als ethisch hacker of cybersecurity specialist.